Leuven - België

Copyright © 2004 Digitalefotosite Cor en Joke

 

Menu
   
 

Grote Markt - Stadhuis

 
   

De Grote Markt Leuven

 

De Grote Markt van de Belgische stad Leuven situeert zich tussen de Oude Markt en het Fochplein, zelf een uitloper van de Bondgenotenlaan. Ook vlakbij bevindt zich de Muntstraat, de Leuvense variant van de Rue des Bouchers in Brussel.

Door zijn ligging op het kruispunt van enkele van de bekendste en meest toeristische plekken in Leuven, is de Grote Markt één van de drukste Leuvense pleinen. Toch is de Grote Markt sinds enkele jaren vrijwel geheel verkeersvrij; enkel de bussen van de vervoersmaatschappij De Lijn mogen over de Markt rijden.

Gebouwen


De Grote Markt bevindt zich op één van de meest historische plaatsen van Leuven en bestaat in zijn huidige ontwerp reeds sinds de 14de eeuw, bij de oprichting van de Katholieke Universiteit Leuven. De meeste gebouwen op het plein zijn dan ook opgetrokken in de befaamde Brabantse gotiek, zoals het monumentale stadhuis.

Andere opvallende gebouwen aan de Grote Markt zijn het Tafelrond, de Collegiale Sint-Pieterskerk en enkele prachtige gildenhuizen. Daarnaast is, zoals in heel Leuven, ook hier geen gebrek aan cafés en tavernes. In tegenstelling met de meer trendy, op de jeugd gerichte, zaken op de Oude Markt, bevindt zich op de Grote Markt meer traditioneel aandoende horeca.

 

 
     
 

 
 

Grote Markt - Stadhuis

 
   

 

Het stadhuis van Leuven

 

Het stadhuis van Leuven is een van de bekendste gotische stadhuizen ter wereld en staat op de Grote Markt van Leuven.

Dat het Brusselse stadhuis model heeft gestaan staat vast. Dit werd al in de vijftiende eeuw vermeld door de Leuvense stadsboekhouder.

Het stadhuis telt drie verdiepingen. Tussen de vensters zijn telkens twee nissen, die lichtjes uitspringen. Drie van de vier hoektorens hebben ook nissen.

De kraagstenen zijn gebeeldhouwde voorstellingen uit de bijbel. Het steeds terugkerende onderwerp is schuld en boete. Ze hadden een belerende en vermanende functie.

Geschiedenis


Het eerste stadhuis stond op de Oude Markt. In de vijftiende eeuw werd besloten een nieuw gebouw op te trekken op de Plaetse, de huidige Grote Markt. Om het stadhuis, oftewel het Voirste huys, goed in te kunnen planten, onderging het plein grote veranderingen sinds 1433.

Het stadhuis werd gebouwd in twee fases. Tussen 1439 en 1445 werd het deel langs de Boekhandelstraat, het dnuwe huys achter den Rosenhout gebouwd. De Rosenhoet was de naam van één van de huizen op de Grote Markt die plaats moesten ruimen voor het stadhuis. Ook werden de Clercken cameren rond het Vrijthof (de nog steeds bestaande binnentuin) gebouwd. De plannen werden in 1439 gemaakt door Sulpitius van Vorst, de eerste steenlegging volgde op 31 maart.

In september 1439 stierf van Vorst. Jan II Keldermans nam zijn taak over. Hij voltooide het dnuwe huys en de Clercken cameren. Toen deze overleed werd Mathijs de Layens belast met de werken. Hetzelfde trio stond ook in voor de Sint-Pieterskerk.

Een plan van het stadhuis, met alle hier vermelde delen aangeduid. De pijl wijst de ingang aan. Het grijze vlak is de plaats van het belfortTussen 1448 en 1469 kwamen onder de Layens het Voirste huys (het deel dat grenst aan de Grote Markt) en de Conserverije (de vleugel aan de Naamsestraat) klaar. Toen werd plots de bouw van het belfort aan het begin van de Naamsestraat geannuleerd door de stadsmagistraat. De Layens moest proberen de gevolgen daarvan weg te werken. Hij werkte daarom de twee zijgevels op dezelfde manier uit en verhoogde ze ook. Het enige wat hij niet kon veranderen, was de kleine ingang en een onooglijke pui.

Een nieuwe verbouwing kwam er in 1709. De ingang werd verbouwd: links naast de toegangsdeur werd een venster omgebouwd tot deur, wat de symmetrie ten goede kwam, en ook kwamen er de huidige trappen.

Intussen vertoonde het stadhuis ook al slijtage: in de zeventiende eeuw moesten de torens verstevigd worden met ijzeren staven, in de tweede helft van de achttiende eeuw werd het voegwerk van de voorgevel vernieuwd en in april 1890 werd zelfs één van de torens onthoofd door een blikseminslag.

De grote verandering kwam er in de periode 1849-1880. De tot dan leeg gebleven nissen werden gevuld met beelden.
Er staan in totaal 149 beelden in de gevels. De figuren op de voetstukken dragen allen Bourgondische kledij, de figuren in de nissen dragen kledij uit de periode waarin ze geleefd hebben. De figuren op de benedenverdieping beelden o.a. geleerden, kunstenaars en historische figuren uit het Leuvense uit. De eerste verdieping toont figuren die de gemeentelijke vrijheden symboliseren en de patroonheiligen van de parochies. Op de tweede verdieping staan o.a. de graven van Leuven en de hertogen van Brabant. De nissen in de torens werden gevuld in 1895-1913 met 87 beelden. Zij kregen bijbelse figuren.

Het stadhuis is meermaals gerestaureerd:

1825-1841: de sculpturen en de kraagstenen worden onder handen genomen
1895-1913: de zijgevels worden gerestaureerd en, zoals boven vermeld, kregen de torens beelden in hun nissen. (Op het einde van WOII scheerde een V-1 vliegende bom rakelings langs de voorgevel van het stadhuis en vernielde een aantal van deze beelden.)
1972-1983: heel het gebouw wordt met water gereinigd, de kraagstenen en de beelden worden gerestaureerd

 

Interieur


De buitengevel mag dan gotisch zijn, binnen zijn de salons in verschillende stijlen ingericht. Zo is er een salon in Lodewijk XIV-stijl, één in Lodewijk XV-stijl en één in Lodewijk XVI-stijl. In één van die salons hangt een schilderij van elke burgemeester sinds de Franse tijd, met uitzondering van de zittend burgemeester Louis Tobback.

Op de begane grond is de wandelzaal met eiken draagbalken gesneden door Willem Ards. Ook is er de gotische zaal.

 

 
     
 

 
 

Grote Markt - Stadhuis

 
     
     
 

 
 

Grote Markt - Stadhuis

 
     
     
 

 
 

Grote Markt - Stadhuis

 
     
     
   
 

 

Grote Markt - Collegiale Sint Pieterskerk

 

 
 

 

 

Collegia Sint-Pieterskerk

De collegiale Sint-Pieterskerk is een Rooms-katholieke kerk in Leuven. Vroeger was er een Romaanse kerk, maar deze werd in de 15de eeuw vervangen door de huidige kerk. Tot in de 17de eeuw werd er aan de kerk gebouwd. Het bouwwerk is echter nooit voltooid: de twee torens zijn nooit erg hoog geweest. Later werd de geringe hoogte nog verkleind bij een instorting.

Verschillende architecten werkten aan dit Brabantse laatgotische gebouw: Sulpitius van Vorst leidde de werken tot zijn dood in 1439. Jan II Keldermans en Matthijs de Layens volgden hem op.

Aan de patroonheilige van de kerk ontlenen de Leuvenaars hun bijnaam Peetermannen.

Geschiedenis


De geschiedenis van de Sint-Pieterskerk begint vermoedelijk met een houten kerk uit de achtste eeuw. Deze werd rond het jaar duizend vervangen door een (stenen) romaanse kerk. Ze had zes traveeën en een vierkant koor. Een eeuw later kwam daar een westbouw tegenaan, met drie torens, die er moet hebben uitgezien zoals het westwerk van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht. Tegen het koor werd rond 1070 de crypte gebouwd, waarvan het onderste gedeelte behouden is tijdens de bouw van de gotische kerk. Bij de restauratie na de Tweede Wereldoorlog is ze herontdekt. Nu is de crypte toegankelijk gemaakt voor het publiek.

De gotische kerk werd gebouwd vanaf 1400. De precieze datum is onzeker, omdat de registers van de kerk verloren zijn gegaan. Wel staat vast dat in 1425 Sulpitius van Vorst aan de kerk werkte. Bij het verder werken aan de gotische kerk, werd de romaanse stuk voor stuk afgebroken. De bouw begon aan het koor.

In 1431 kon al begonnen worden aan de overkapping van het koor. De stenen kwamen uit Affligem en Gobertange. Ondertussen waren de werken aan het dwarsschip ook begonnen. Maar dan sterft van Vorst. Jan II Keldermans neemt tot 1445 zijn functie over. Daarna voltooit Mathijs de Layens het noordertransept en een gedeelte van het schip. Nu kwamen de stenen onder andere uit Leefdaal. De volgende architecten waren Jan de Mesmaeker (1483-1490), Hendrik Van Evergem (1490-1492), Mathijs Keldermans (1492-1495) en Alard Duhamel (1495-1502). Deze laatste begon in 1497 met de bouw van het grote (onvoltooide) portaal op de Grote Markt. In 1499, honderd jaar na de geschatte startdatum, werd het laatste deel van de Romaanse kerk afgebroken. Matheus Keldermans kon in 1503-1527 de laatste hand leggen aan het gebouw.

Intussen was de bouw van de torens ook gestart. Joost Metsys was de bouwmeester. Hij voorzag drie torens, de middelste moest 525 voet (ongeveer 150 meter) hoog worden, de twee ernaast 430 voe
t (120 meter). De werken werden echter gestaakt: Metsys' constructie was niet goed uitgewerkt, de bodem was niet gunstig, en de torens konden niet goed verankerd worden. Niet eens de helft was voltooid. Later, in 1604, werd de hoogte zelfs nog verminderd na een instorting.

De kerk heeft zwaar geleden onder de Eerste Wereldoorlog. Ze werd het slachtoffer van een brand, die haar het dak kostte. Veel kerkschatten bleven in de brand. In de Tweede Wereldoorlog werd de kerk gebombardeerd.

De laatste toevoeging aan de kerk, is de plaatsing van een jacquemart, Gouden Peter, op het zuidertransept.

Bezienswaardigheden

Het laatste avondmaal, middenpaneel van het altaarstuk in de Sint-Pieterskerk In de schatkamer van St.-Pieter bevindt zich het beroemde drieluik van Dirk Bouts: Het Laatste Avondmaal. Dit drieluik dateert uit de 15de eeuw en onderging een grondige restauratie van 1996 tot 1998. Ook het schilderij Het martelaarschap van de H. Erasmus is hier te zien.

Verder is er ook nog de gotische sacramentstoren, ontworpen door Matthijs de Layens. Ook is de crypte van de Romaanse kerk te bezichtigen.

Er zijn ook nog het doopvont uit circa 1490, de barokke kansel uit de 18de eeuw, het laatgotische doksaal met een aan Jan Borreman toegeschreven triomfkruis uit de 15de eeuw, het koor met het grafmonument van Hendrik I van Brabant.

Verder zijn er andere schilderijen, beeldhouwwerken zoals het Lievevrouwebeeld 'Sedes Sapientiae' uit 1442, kerkelijk meubilair en een verzameling religieus zilverwerk.

 

 
     
   
 

 

Het laatste avondmaal, middenpaneel van het altaarstuk in de Sint-Pieterskerk In de schatkamer van St.-Pieter bevindt zich het beroemde drieluik van Dirk Bouts: Het Laatste Avondmaal. Dit drieluik dateert uit de 15de eeuw en onderging een grondige restauratie van 1996 tot 1998. Ook het schilderij Het martelaarschap van de H. Erasmus is hier te zien.

 
     
     
 

 
 

 

Grote Markt - Collegiale Sint Pieterskerk

 

De hoofdingang, met links en rechts de basis van de onvoltooide torens

 
     
     
 

 
 

 

Grote Markt - Collegiale Sint Pieterskerk

 
 
     
     
 

Top
 

 

Grote Markt - Collegiale Sint Pieterskerk

 
 
     
     
 

 
 

 

Grote Markt - Collegiale Sint Pieterskerk

 
 
     
     
 

 
 

 

Grote Markt - Collegiale Sint Pieterskerk

 
 
     
     
 

 
   

Grote Markt - Tafelrond

 

 
   

 

Het Tafelrond is een gotisch gebouw op de Grote Markt in Leuven, dat gebouwd werd tussen 1480 en 1487 en afgebroken in 1818. Na de Eerste Wereldoorlog werd het heropgebouwd. Tot 2002 was de Nationale Bank er gevestigd.

Het Tafelrond werd gebouwd naar een ontwerp van Matthijs de Layens. Het maakte deel uit van een samenhangend architectonisch geheel van drie huizen ten oosten van het stadhuis. Het diende oorspronkelijk als vergaderlokaal voor de Leuvense rederijkamers en andere sociëteiten.

Later werd het ook gebruikt als feestzaal, bijvoorbeeld vond het banket in 1859 naar aanleiding van de vijfentwintigste verjaardag van de heropening van de universiteit er plaats.

In de negentiende eeuw was het gebouw echter erg vervallen. Het Tafelrond werd gesloopt en vervangen door een neoclassicistisch gebouw, volgens de heersende trend in die periode. Het nieuwe gebouw was een ontwerp van Van der Straeten, en werd gebouwd tussen 1829 en 1832.Het stadhuis, dat naast het Tafelrond gelegen is, werd echter gespaard en het gebouw werd zelfs gerestaureerd, wat erg opmerkelijk was voor die tijd.

Tafelrond

 

Na de Eerste Wereldoorlog werd besloten het Tafelrond terug op te richten, nu als gebouw voor de Nationale Bank. In 1928 was het voltooid. De nissen werden opgevuld met directeuren van de bank, in een gotisch kleedje gestoken. M. Winders trad op als architect bij de heropbouw.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het Tafelrond beschadigd.

In 2002 verliet de Nationale Bank het gebouw. In juli 2005 werd het Tafelrond openbaar verkocht. De koper was de Leuvenaar Jan Callewaert (de stichter van Option, een technologisch bedrijf). De kostprijs was 6,4 miljoen euro. Wat Callewaerts concrete plannen zijn, heeft hij nog niet bekend gemaakt.

 

 
     
 

 
 

Grote Markt

 
     
     
 

 
 

Grote Markt

 
     
     
 

 
   

Standbeeld van Fonske
 

 
 

Fonske is een standbeeld op het Fochplein dat een student voorstelt, met in de linkerhand een boek waarin hij leest en in de rechterhand een pint bier, die hij boven zijn hoofd uitgiet. Het werd ontworpen door de beeldhouwer Jef Claerhout, en door de Katholieke Universiteit Leuven in 1975 aan de stad geschonken naar aanleiding van het 550-jarige bestaan van de K.U.Leuven. Fonske is één van de symbolen van Leuven als universiteitsstad. Fonske is een typisch Vlaamse naam afgeleid van Alfons. "Fons" is ook het Latijn voor "fontein" en een variant van de naam van de Romeinse god van de bronnen, Fontus. De inscriptie "Fons Sapientiae" ("Bron der Wijsheid") op het standbeeld is een ludieke knipoog naar het motto van de K.U.Leuven, "Sedes Sapientiae" ("Zetel der Wijsheid"). Net zoals Manneken Pis in Brussel wordt Fonske af en toe aangekleed door verenigingen die iets te vieren hebben, zoals de "Mannen van het Jaar".

 
     
 

 
 

Standbeeld van Fonske

 
     
     
 

 
 

Naamsestraat - De Lakenhal

 
   

 

De Lakenhal is een universiteitsgebouw in Leuven, grenzend aan de Naamsestraat en de Oude Markt. Het gebouw dateert uit 1317.

Het gebouw van één verdieping (de huidige benedenverdieping) werd in gotische stijl opgetrokken door de architecten Jan Stevens, Arnold Hore en Godfried Raes. Oorspronkelijk was de lakenhal een gebouw voor de gilde der lakenwevers. De stedelijke lakenhal was hun verkoopsplaats. Kort na de oprichting van de universiteit (in 1425) werd de vleugel van het gebouw grenzend aan de Krakenstraat in 1432 door de stad Leuven ter beschikking gesteld als leslokaal voor de colleges. In 1679 werd de hele hal door de stad in erfpacht gegeven aan de universiteit. Van toen dateert ook de eerste verdieping in barokstijl bovenop de oorspronkelijke lakenhal. In 1723 werd aan de zijde van de Oude Markt een classicistische vleugel aangebouwd, de Regavleugel, die oorspronkelijk de bibliotheek van de universiteit huisvestte. Toen de Duitse bezetter op 25 augustus 1914 de Leuvense binnenstad in brand stak, is ook de universiteitshal op de voorgevel na bijna volledig vernield. In de brand gingen ook 300.000 boeken en manuscripten verloren. De wederopbouw zou pas in 1922 voltooid worden. In 2007 werd een moderne glazen traphal bijgebouwd aan de zijde van de Zeelstraat.

Tegenwoordig fungeert de Lakenhal als het beleidscentrum van de universiteit, met o.a. de kantoren van rector en medewerkers op het rectoraat. Daarnaast doet de Lakenhal op het gelijkvloers ook dienst als centrale inschrijvingsplaats aan het begin van het academiejaar in augustus en september en wordt de gotische jubileumzaal op de eerste verdieping voor recepties en feesten gebruikt. In de promotiezaal worden nog steeds heel wat doctoraten publiek verdedigd. In de Regavleugel worden de rectorale salons voor allerhande kleinere evenementen en ontvangsten gebruikt: de faculteitenkamer (met gele tinten), de senaatszaal (groen) en de rectorkamer (roze tinten).
 

 
     
 

 
 

Naamsestraat - De Lakenhal

 
     
     
 

Top
 

Hogeschoolplein - André Dumont (mijnbouwkundige)

 
  André Dumont (Luik, 9 oktober 1847 - Brussel, 2 november 1920) was een Belgische geoloog en mijnbouwkundige. Hij was een zoon van de geoloog André Hubert Dumont en hoogleraar geologie en mijnbouw aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij volgde er Guillaume Lambert op van wie hij ook leerling was geweest.

Zoektocht naar steenkool


Vanaf 1877 raakte Dumont gefascineerd van de mogelijkheid dat zich steenkool in de ondergrond van Kempen bevond. In 1877 gaf hij een brochure uit waarbij hij beschikte over de gegevens van de boringen in Nederlands-Limburg waar al steenkool was ontdekt. Dumont was er van overtuigd dat het steenkoolbekken zich verder noordwestwaarts uitstrekte. Hij noemde daarbij de Limburgse Kempen bij naam en spoorde Belgische industriëlen aan initiatief te nemen.

In de jaren 1880-1890 belette een economische crisis en een forse daling van de steenkoolprijs verdere acties. Dumont was aan de slag gebaan als ingenieur in een Henegouwse mijn om vanaf 1883 les te geven aan de universiteit van Leuven. Zijn colleges over mijnbouwkunde wekten enthousiasme bij zijn leerlingen. Hij besloot zelf een zoektocht naar steenkool in Limburg te starten en zocht oud-leerlingen op die financieel sterk stonden.

Dumont kwam in contact met Louis Jourdain die boringen in Nederlands-Limburg had gepromoot. Dumont, Jourdain en hun volgelingen kwamen er vlug achter dat anderen ook met proefboringen wilden starten. Jules Urban en Valentin Putsage boorden in 1897 in Lanaken. Bovengehaald materiaal wees er op dat men aan de rand van een steenkoolbekken was terecht gekomen. Moest men nu verder zoeken naar het noorden of het zuiden? Was dit de rand van het Nederlands steenkoolbekken? Dumont stelde voor om in Elen te boren, Jourdain vond dat te noordelijk maar Dumont kreeg zijn zin.

Na vijftien maanden boren was men niet dieper geraakt dan 140 m. De Franse boorfirma gaf er de brui aan en Anton Raky die een revolutionaire methode had ontwikkeld bood zich aan. De boorkop die hij gebruikte van voorzien van diamanten tanden die het gesteente verbrijzelde. Water spoelde de stof naar boven die dan werd geanalyseerd. Eind 1900 legde men de werken op 878 m diepte stop nadat het boorapparaat het had begeven. Putsage had intussen van de gemeente Mechelen-aan-de-Maas een terrein gekregen waar hij mocht boren. Gelukkig voor Dumont ging die poging niet door omdat Putsage's geldschieter Urban plotseling ziek werd en in maart 1901 overleed.

In 1901 stichtte Dumont een nieuwe firma met financiële inbreng van Raky. Raky kon Dumont overtuigen niet opnieuw in Elen te boren. Er werd voor As gekozen dat zuidwestelijk van Elen lag. Op 1 juni 1901 startte men daar, vlak bij de weg naar Opglabbeek.

Steenkool in As


In de nacht van 1 op 2 augustus 1901 ontdekte de in zijn opdracht werkende boormeester Koton de eerste Limburgse steenkool. Koton haastte zich naar Maastricht en stuurde via Leuven een telegram naar Dumont die met zijn familie met vakantie was in Spa. Het telegram werd op 2 augustus om 11 uur verzonden. Koton schreef: Kohle angebohrt - betrib angestelt - bin mitag erkelenz - gluck auf - Koton. Dumont reageerde rustig en zei: "Ik wist dat men ze zou vinden."[1]

De vreugde in de boortoren sloeg over naar de Assenaars. Ze kwamen kijken en er werd dagenlang gefeest.

In België en in Frankrijk promootte Dumont nieuwe technieken van mijnontginning. In Leuven richtte hij de Vereniging voor Mijnbouwingenieurs op.

In de streek van As en Genk is de invloed van Dumont nog steeds merkbaar door ziekenhuizen, scholen, ... die naar hem werden vernoemd.

 

 
     
 

 
 

Hogeschoolplein - André Dumont (mijnbouwkundige)

 
     
     
 

 
 

Hogeschoolplein - Pauscollege

 
   

Gesticht in 1523 door de uit Nederland afkomstige paus Adrianus VI, oud-professor. In 1776 werd het volgens de plannen van Ghenne en Louis Montoyer herbouwd in classicistische stijl. In 1786 bracht Jozef II het seminarie-generaal onder in dit college. Van 1825 tot 1830 was het filosofisch college van Willem I er gevestigd. Heden is het gebouw een pedagogie voor studenten.

 

 

 
     
 

 
 

Hogeschoolplein - Pauscollege

 
     
     
 

 
 

Hogeschoolplein - Pauscollege

 
     
     
 

 
 

Paus Adrianus VI

 
     
     
 

 
 

Binnenplaats Pauscollege

 
     
     
 

 
 

Beeld op binnenplaats Pauscollege

 
     
     
 

 
 

Beeld op binnenplaats Pauscollege

 
     
     
 

 
 

Pauscollege

 
     
     
 

Top
 

Pauscollege

 
     
     
 

 
 

Pauscollege

 
     
     
 

 
 

Binnenplaats Pauscollege

 
     
     
 

 
 

St. Michielstraat - Maria-Theresiacollege

 
     
     
 

 
 

St. Michielstraat - Maria-Theresiacollege

 
     
     
 

 
  Muntstraat - De Restaurantstraat van Leuven  
     
     
 

 
  Muntstraat - De Restaurantstraat van Leuven  
     
     
 

 
   

Tiensestraat hoek Muntstraat - Fiere Margriet

 
Legende 1 stamt uit de 13de eeuw. Amandus en zijn vrouw besloten zich terug te trekken te Villers. Op de nacht voor hun intrede in het klooster werden zij beroofd en vermoord. De inwonende verwante Margaretha, werd door rovers meegevoerd en buiten de stad omgebracht. 's Anderendaags werden de lijken van Amandus en zijn vrouw gevonden. Het lijk van Margrietje was enkele dagen later ontdekt door vissers, maar spoedig op de oever van de Dijle begraven. Door een licht op het graf werd het lijk ontdekt en naar Leuven gevoerd. Nabij de boven het stoffelijk overschot gebouwde kapel en op de plaats van de moord zouden mirakelen gebeurd zijn.

Legende 2 dateert uit de 16de eeuw. Twee volkse elementen zijn in dit relaas over Margrietje toegevoegd: Margrietje werd verkracht en het in de Dijle geworpen lijk is door vissen boven water stroomopwaarts gedragen terwijl een lichtschijn het omgaf. De vinding door de hertog van Brabant verleende de verering een officiële stedelijke glans.

Beeldhouwer: Willy Meysmans

Onthuld in 1982
 

 
     
     
 

 
 

Mgr. Ladeuzeplein - Universiteitsbibliotheek

 
   

 

De Universiteitsbibliotheek is een monumentale bibliotheek in Leuven, gelegen op het Mgr. Ladeuzeplein en werd ontworpen door Whitney Warren.

In het gebouw is de centrale bibliotheek van de Katholieke Universiteit Leuven gevestigd. De huidige collectie omvat ongeveer vier miljoen boekwerken.

Alhoewel het neo-renaissance uitzicht anders doet vermoeden, is dit een recent gebouw, opgetrokken tussen 1921 en 1928. Het gebouw was een gift van het Amerikaanse volk aan de stad Leuven nadat de oorspronkelijke bibliotheek uit de 17de eeuw gelegen aan de Naamsestraat in augustus 1914 bij het begin van de Eerste Wereldoorlog, werd platgebrand door de Duitse bezetter. Hierdoor ging niet alleen een groots cultureel patrimonium verloren maar ook duizenden eeuwenoude en onvervangbare manuscripten met een onschatbare historische waarde.

Deze daad leidde tot grote verontwaardiging in binnen- en buitenland en dankzij talloze, vooral Amerikaanse, inzamelacties, met de persoonlijke inzet van Herbert Hoover, voorzitter van de Commission for Relief of Belgium, kon in 1921 begonnen worden met de bouw van een nieuw bibliotheekpand aan wat nu het Ladeuzeplein is.

De toren is 87 meter hoog. Daarin bevindt zich één van de grootste beiaards van Europa, in 1928 opgezet en aangeboden door Amerikaanse ingenieurs ter herdenking van hun collega's die omkwamen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De beiaard bevatte dan ook 48 klokken, aangezien dat het aantal Amerikaanse staten was ten tijde van de gift. De basklok van 7 ton, die ook het uur slaat, draagt de naam Liberty Bell of Louvain en de vierde klok bevat een inscriptie die oproept tot vrede.

Tijdens de Slag om Leuven werd op 16 mei 1940 de Universiteitsbibliotheek zwaar beschadigd door een Brits-Duits artillerieduel, waarbij nagenoeg heel de boekencollectie (900.000 stuks) in vlammen opging. Nadien beschuldigen Duitsland en het Verenigd Koninkrijk mekaar van het plegen van deze feiten. Na WOII werd het gebouw vrijwel volledig hersteld volgens de originele plannen. In 1987 werd het gebouw bij koninklijk besluit beschermd als monument. Na een grondige renovatie van 1999 tot 2003 van de façade, beiaard en de daken schittert het universiteitsgebouw weer als de parel van het eveneens heraangelegde Ladeuzeplein.

Vanaf 1970 werd de collectie van de universiteitsbibliotheek gesplitst naar aanleiding van de splitsing van de universiteit. Boeken met een even plaatsingsnummer verhuisden naar Louvain-la-Neuve, terwijl de boeken met een oneven plaatsingsnummer in Leuven bleven.

 

 
     
 

 
 

Mgr. Ladeuzeplein - Universiteitsbibliotheek

 
     
     
 

Top
   

Herbert Hooverplein - Ballon van de vriendschap

 

                       Beeldhouwer: Danny Tulkens     Onthuld in 1988                        

 
 


 
 
     
 

 
 

 

Herbert Hooverplein - Ballon van de vriendschap

 

 Beeldhouwer: Danny Tulkens     Onthuld in 1988  

 
 
     
     
 

 
   

Herbert Hooverplein - Standbeeld van Edouard Remy 1813-1896

 

 
Remy (1813-1896) was een groot figuur in de Leuvense geschiedenis. Hij was een typisch voorbeeld van een 19de-eeuwse paternalistische ondernemer die mensen aan het werk zette in zijn rijst- en stijfselfabriek in Wijgmaal.

Hij schonk jaarlijks ook 10.000 euro aan de stad om arbeiders werk te verschaffen. Verder financierde hij een nachtasiel en een hospitaal voor ongeneeslijk zieken. Hoewel hij nog liberaal gemeenteraadslid was, waren alle politieke partijen het er eind 19de eeuw over eens: Edouard Remy verdiende een standbeeld.

 

 
     
     
 

 
   

Kardinaal Mercierplein - Kartuizerpomp

 

18de eeuw - overgeplaatst in 1799

 

Gedichtje:

 

Mijn allereerste thuis

dat was d'oude kartuis

maar toen 't klooster verdween

kwam ik gezwind hierheen

 
     
     
 

 
   

Kardinaal Mercierplein - Hoger instituut voor Wijsbegeerte

 

Dwarshuis uit de 17de eeuw met houten voorgevel. Hier stichtte Desiré Mercier met steun van Leo XIII een instituut voor Thomistische Wijsbegeerte.

Neogotische gebouwen vanaf 1891 toegevoegd door architect Joris Helleputte

 

 
     
     
 

 
 

Kardinaal Mercierplein - Hoger instituut voor Wijsbegeerte - Binnenplaats

 
     
     
 

 
 

Kardinaal Mercierplein - Hoger instituut voor Wijsbegeerte

 
     
     
 

 
   

Vlamingstraat - Kapel van Onze Lieve Vrouw Ter Koorts

 

Tijdens de 17de eeuw wordt er verwoed gebouwd. Het kapelletje maakt in 1602 plaats voor een grotere kapel. Maar al in 1642 voldoet ook dit gebouw niet meer aan de behoeften en wordt de eerste steen gelegd van een derde kapel. Met de financiële hulp van Philippe Van Tuycom, prelaat van de Parkabdij, en professor Christiaan van Beusecom wordt die uiteindelijk voltooid in 1705.

 

Tegenwoordig is hier het KADOC, het Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie Cultuur en Samenleving gevestigd

 

 
     
     
 

 
 

Vlamingstraat - Sint Donatuspark

 
     
     
 

 
   

Sint Donatuspark - Beeld van Jan Rosseels

 

Dit beeld werd geschonken door de mannen van 60 aan de stad Leuven.

Ingehuldigd 10-09-2000 door Eremarraine Wendy van Wanten en voorzitter van de mannen van 60 Christian Smets

Beeldhouwer:  Jan Rosseels

 
     
     
 

Top
   

Sint Donatuspark - Beeld van Jan Rosseels

 

Gedeelte van het beeld

 
     
     
 

 
   

Sint Donatuspark - Beeld van Jan Rosseels

 

Gedeelte van het beeld

 
 
     
     
 

 
   

Naamsestraat - Amerikaans College

 

Gesticht in 1857 voor de vorming van zendelingen voor de Amerikaanse missies, nadien seminarie voor priesterstudenten uit de V.S. Kapel en neogotische gebouwen links opgericht in 1891 op de plaats van het refugiehuis van de Abdij van Aulne

 
 
     
     
 

 
 

Naamsestraat - Amerikaans College

 
     
     
 

 
   

Naamsestraat - Vigliuscollege

 

Gesticht in 1569 door de rechtsgeleerde Viglius ab Aytta de Zuichem voor studenten uit Friesland of Gent. Verbouwt 1751-1755 o.l.v. architect J.A. Hustin. Sterk vereenvoudigd bij de restauratie. Thans Tarweschoofkazerne, genoemd naar het wapenschild van Viglius

 
 
     
     
 

 
 

 

Naamsestraat - Vigliuscollege

 

 
     
     
 

 
   

Naamsestraat - Kapel "Jezus in 't Steentje"

 

In de volksmond "Kapelleke van Janneke de Grijzer"naar een thans verdwenen beeld van de wenende Johannes onder het kruis. Herbouwd in 1814

Gedichtje: 

Janneke de Grijzer

Tien pond ijzer

Tien pond lood

Janneke de Grijzer is nog niet dood

 
     
     
 

 
 

Schapenstraat - Groot Begijnhof

 
   

 

 

Het Groot Begijnhof van Leuven, ook bekend als Begijnhof Ten Hove, is een gaaf bewaarde, en volledig gerestaureerde historische wijk van een tiental straten in het zuiden van de binnenstad, gelegen aan de Schapenstraat, niet ver van de Naamsepoort. Het is een van de grootste nog bestaande begijnhoven in Vlaanderen, met een bebouwde oppervlakte van ongeveer 3 ha.

 

Geschiedenis


Als gemeenschap voor ongehuwde, semi-religieuze vrouwen (zie verder onder Begijn) ontstond dit begijnhof in de vroege 13de eeuw. De oudste geschreven documenten dateren uit 1232. Een Latijns opschrift aan de kerk vermeldt 1234 als stichtingsdatum. Vermoedelijk is de gemeenschap enkele decennia ouder. Molanus (Johannes Vermeulen, een plaatselijk geschiedschrijver uit de 16de eeuw) en Justus Lipsius vermelden 1205 als stichtingsdatum.

Net als de andere begijnhoven in Vlaanderen kende het begijnhof een eerste bloei in de 13de eeuw, en een moeilijke periode ten tijde van de godsdiensttwisten in de 16de eeuw. Een van de pastoors van dit Begijnhof, in 1490, was Adriaan Florensz. Boeyens van Utrecht, geestelijk raadsman van de jonge Keizer Karel V en vooral bekend als latere paus Adrianus VI.

Vanaf het einde van de 16de eeuw, en vooral na het Twaalfjarig Bestand in de 17de eeuw, kende het begijnhof een tweede bloeiperiode met een nabloei tot aan de Franse revolutie. Het hoogtepunt in aantal roepingen situeert zich in een of twee generaties omstreeks 1650-1670, toen het aantal begijnen opliep tot boven 360 [1][2]. Daarna liep het aantal begijnen door oorlogen (o.a. de Negenjarige Oorlog) en ziekten terug tot ongeveer 300 omstreeks 1700 (in de literatuur dikwijls onterecht als hoogtepunt aangegeven) en tot ongeveer 250 later in de 18de eeuw. Deze kortstondige piek verklaart mede de homogeniteit in het gebouwenbestand, dat nagenoeg volledig tot stand kwam in de jaren 1630-1670. Opvallend is ook dat de begijnenpopulatie in Diest nagenoeg gelijk opgaat (weliswaar rond 1700 iets sneller afkalft) terwijl in het Begijnhof van Lier de bloei later viel (hetgeen daar aanleiding gaf tot een bouwcampagne in de Grachtkant, een halve eeuw na de laatste uitbreiding in Leuven). Tijdens de Franse Revolutie werd het Begijnhof niet verkocht als nationaal goed, zoals dat met de kloosters gebeurde. Het beheer van het Begijnhof en al zijn bezittingen werd toevertrouwd aan de commissie van openbare godshuizen (het latere OCMW). De begijnen mochten wel in hun huizen blijven wonen, maar de vrije kamers werden verhuurd aan oude vrouwen. Een behoorlijk aantal ex-kloosterlingen vond onderdak in het begijnhof, zo onder meer de laatste prior van de abdij van Villers-La-Ville.

De laatste begijnenpastoor overleed in 1977 op 107-jarige leeftijd. Hij ligt begraven op het kerkhof van de abdij van Park. De laatste begijn overleed in 1988.

Restauratie


Na meer dan anderhalve eeuw in handen geweest te zijn van het OCMW, was het gebouwenbestand omstreeks 1960 behoorlijk verkrot. Het OCMW zocht een koper. Een geïnteresseerde bouwpromotor was graag bereid af te zien van aankoop toen bleek dat de Universiteit bereid was het complex te restaureren, om er studenten en gastprofessoren te huisvesten. De restauratie verliep in 2 fasen: het merendeel van de straten werd aangepakt in de jaren 60, begin jaren 70, onder leiding van professor Lemaire. De kerk en Kerkstraat kwamen aan de beurt in de jaren 80. De grootschalige restauratie van een hele stadswijk was destijds een kantelmoment in de interesse van de bevolking voor de begijnhoven en traditionele architectuur in het algemeen.

Architectuur

Het Groot Begijnhof van Leuven heeft het uitzicht van een "ministad-in-de-stad". Het is een typisch stadsbegijnhof. Dat wil zeggen dat de huizen gegroepeerd zijn langsheen straten, en niet rondom een plein zoals in een pleinbegijnhof, of rondom een dominant plein met een of enkele achterafstraatjes zoals in Begijnhoven van het gemengde type. De pleinen die in het Begijnhof voorkomen zijn veeleer gegroeid vanuit het bouw- en afbraakproces van huizen in plaats van omgekeerd.

 
Een vijftal huizen dateert uit de 16de eeuw, waarvan enkele zijn opgetrokken in vakwerkbouw. Het karakteristieke huis van Chièvres dateert uit 1561, en werd gebouwd met de nalatenschap van Maria van Hamal, weduwe van Willem van Croÿ, hertog van Aarschot en een tijd wereldlijk raadsman van Keizer Karel V. De kenmerkende perenspits op het piramidale dak verwijst naar de hoektorens van het kasteel van de hertog in Heverlee (het huidige kasteel van Arenberg).

Het merendeel van de huizen dateert uit de periode 1630-1670. Ze werden opgetrokken in streekeigen traditionele architectuur, versierd met enkele sobere, barokke elementen. De gevels bestaan uit warmrood gekleurde bakstenen, met natuurstenen kruiskozijnen voor de vensters, natuurstenen deuroplijstingen. Deze natuursteen is meestal afkomstig uit Gobertingen (bij Geldenaken). Een typisch element van het Begijnhof van Leuven zijn de talrijke dakkapellen, vaak uitgewerkt met trapgevels, en de rondboogvensters daarin. Her en der komen beeldhouwwerken voor met religieus thema (vaak verwijzend naar de patroonheilige van het huis), al zijn deze beeldhouwwerken soberder afgewerkt dan de heiligennissen in het begijnhof van Diest.


Veel huizen hebben opvallend weinig en kleine ramen op de gelijkvloerse verdieping. Dit komt omdat begijnen gesteld waren op hun privacy. Waar toch grote ramen voorkomen, zoals in de Straat van 't Nieuw convent, schermde vroeger een hoge muur de voortuin af van de straat. Dit is in veel andere begijnhoven nog altijd het geval.

Op enkele plaatsen zijn huizen in de 19de eeuw vervangen of bijgebouwd, maar veel minder dan bijvoorbeeld in het begijnhof van Lier.

De kerk is een vroeggotische basilica met romaanse elementen. Zoals bij bedelorden en vrouwencongregaties gebruikelijk was, heeft zij geen toren, wel een dakruiter. Sinds 1998 is deze dakruiter uitgerust met een klokkenspel dat overdag elk half uur een melodie speelt. Aan het noordportaal geven twee inscripties in het Latijn stichtingsjaar van het hof aan (1234) en het jaar waarin de bouw van de kerk werd begonnen (1305). In het oosten heeft dit gebouw een opvallend rijzig koorvenster waarvan het bovenste deel sinds de 17de eeuw (sinds de constructie van het ribgewelf binnenin) de zoldering belicht. Het interieur is breed (27m in drie beuken van tien traveeen) en baadt opvallend in het licht. De aankleding is een sobere barok. Bij de restauratie werden oude muurschilderingen blootgelegd. Nogal wat kunstwerk heeft vrouwelijk-religieuze thema's

 

 
     
 

 
 

Groot Begijnhof

 
     
     
 

 
 

Groot Begijnhof

 
     
     
 

Top
 

Groot Begijnhof

 
     
     
 

 
 

Groot Begijnhof

 
     
     
 

 
   

Groot Begijnhof - Ingang Sint Jan de Doperkerk

 

Universitaire parochie

 
     
     
 

 
 

Groot Begijnhof 16 - De Heilige Geesttafel

 
     
     
 

 
 

Groot Begijnhof

 
     
     
 

 
 

Groot Begijnhof

 
     
     
 

 
     
     
     
 

 
 

Groot Begijnhof - Zwartzustersklooster metaforum Leuven

 
     
     
 

 
   

Zwartezustersstraat - Industriële maalderij Dijlemolens

 

Voormalige Graet- en schorsmolens. omgebouwd tot industriële maalderij (20e eeuw)

nu woon en winkelcomplex boven en naast de maalderij

 
     
     
 

 
 

 

Zwartezustersstraat - Industriële maalderij Dijlemolens

 

Voormalige Graet- en schorsmolens. omgebouwd tot industriële maalderij (20e eeuw)

nu woon en winkelcomplex boven en naast de maalderij

 
 
     
     
 

Top
 

 

Zwartezustersstraat - Industriële maalderij Dijlemolens

 

Voormalige Graet- en schorsmolens. omgebouwd tot industriële maalderij (20e eeuw)

nu woon en winkelcomplex boven en naast de maalderij

 
 
     
     
 

 
 

 

Sint Antoniusberg - Sint Antoniuskapel

 

De Sint Antoniuskapel bestond reeds 1329 als "Kerkenkapel", zetel van een broederschap van geestelijken. Later bij de Artesfaculteit ingelijfd en toegewijd aan Sint Antonius, eremiet. Sinds 1860 kloosterkapel van de paters van de HH. Harten of Picpussen. Gebouw van de 16de eeuw, fel gewijzigd in de 19de-20ste eeuw. Onder de historische kapel een moderne crypte waarnaar in 1936 het lichaam van Pater Damiaan, apostel van de melaatsen op Molokaï, werd overgebracht. Hij werd in 1995 zalig verklaard

 
 
     
     
 

 
 

Pater Damiaan

 
     
     
 

 
   

Diestsestaat - Vaartstraat - Standbeeld Dorre
 

Een vooroorlogse bakker haalt bij zijn klanten brooddeeg om die in de oven te 'schieten'. Beeldhouwer: Roland Rens

Onthuld in 1979
 

 
     
     
 

 
   

Namensestraat - Sint Michielskerk

 

Barokkerk, in 1650-1671 opgetrokken voor het jezuïetencollege door de jezuïet-architect Willem Hesius.

Architectuur integreert tradionele elementen, zoals de ronde zuilen en kruis gewelven, met Romeinse barok, vooral in het grondplan. Geplande koepel nooit voltooid.

Imposante voorgevel met rijke versiering, 'het altaar buiten de kerk', bekend als één van de zeven wonderen van Leuven.

Na de opheffing van de jezuïtenorde (1773) werd in 1778 de Sint Michielsparochie naar hier overgebracht en de middeleeuwse parochiekerk afgebroken.

Portiekaltaren, communiebank en fraaie biechtstoelen uit de originele aankleding van de 17de eeuw. Het koperen wijwatervat uit 1473 bij de ingang is de gotische doopvont van de oude Sint Michielskerk.

 
 
     
     
 

 
 

Namensestraat - Sint Michielskerk -Ingang

 
     
     
 

 
   

Naamsestraat - Beeld Renée

Symbool voor de actieve vrouw en herinnert aan de vrouwelijke studentes die in deze straat hun eerste peda kregen.

Geplaatst in 1997 ter ere van René Depret (1914-2001), ereburger van Leuven en medestichter van het Handelaarsverbond Leuven.

 

 
     
     
 

 
   

Naamsestraat - Arenberginstituut

 

Gebouwd door Victor Lenertz in 1909 als instituut voor Scheikunde, geschonken door de hertog van Arenberg. In 1999 door Neutelings-Riedijk architecten aangepast voor het kunstencentrum Stuk

 
     
     
 

 
   

Pater Damiaanplein - Hollands College

 

Seminarie voor de missie in de Noordelijke Nederlanden, gesticht in 1617 met Cornelius Jansenius als president. Omvat gotisch patriciërshuis van de familie Uten Lieminghe en 18de eeuwse vleugels van architect J.A. Hustin. In 1805 aangekocht door Cicercule Paridaens, stichteres van de nog bestaande school voor kleuter-, lager en middelbaar onderwijs

 
 
     
     
 

 
 

Pater Damiaanplein - Hollands College - Ingeng

 
 

 

 
     
 

Top
   

Pater Damiaanplein - Iers College

 

Ierse minderbroeders kwamen in 1606-1607 naar Leuven en stichtten er een klooster onder bescherming van Antonius van Padus.

1832-1925: Broeders van Liefde. Daarna opnieuw Ierse minderbroeders.

Dinds 1983 Leuvens Instituut voor Ierland in Europa

 
     
     
 

 
 

 

Naamsestraat - Premonstreitcollege

 

Gesticht in 1571 door de norbertijnenabdijen van Averbode, Grimbergen, Ninove en Park voor hun studenen aan de Universiteit.

Herbouwd in 1755

Werd in 1818 Instituut voor Fysica

 
 
     
     
 

 
 

Naamsestraat - Premonstreitcollege - Ingang

 
     
     
 

 
   

Naamsestraat - Pomp van 't groot verdriet

 

Deze pomp is uit 1754

Hersteld en verplaatst in 1887

Slanke sierlijke zuil in Lodewijk XV-stijl

Gedichtje:

"Een weg verbreden is geen pret

Ik werd dan maar aan de kant gezet

Dicht bij de boom van 't groot verdriet

Waar niemand nog een traan vergiet"

 

 
     
     
 

 
   

Naamsestraat - Koningscollege Zoölogisch Instituut

 

Gesticht in 1579 door Filips II, koning van Spanje als elikte-seminarie voor de Nederlanden.

Wederopbouw 1776-1779 in neoclassicistische stijl door architect Ghenne

Sinds 1818 Instituut voor Dierkunde

 

 

 
     
     
 

 
 

Naamsestraat - Ereconsulaat van Italië

 
     
     
 

 
 

Oude Markt

 
   

 

 

De Oude Markt is een plein in het centrum van Leuven dat grotendeels bestaat uit horecazaken. Hieraan dankt het zijn bijnaam de langste toog ter wereld. Midden augustus wordt hier het jaarlijkse muziekfestival Marktrock georganiseerd.

Als residentiestad van de graven van Leuven kreeg het plein in 1150, toen de eerste stenen omwalling werd gebouwd, het marktrecht waardoor er economische activiteiten werden ontwikkeld. Er werd tot drie maal per week markt gehouden. Delen van de markt ontsnapten aan de bombardementen van de twee wereldoorlogen, maar toch was de wederopbouw noodzakelijk.

Op de Oude Markt komt ook de classicistische vleugel van de universiteitshal uit. Hier was de universiteitsbibliotheek gevestigd tot de vernieling in 1914.

Daarnaast wordt er de eerste drie weken van september op de Oude Markt jaarlijks Leuven kermis gehouden, naast het Studentenwelkom eind september. Tevens is er ook Hapje-Tapje met de barmannenrace begin augustus (eerste zondag) en sinds 1989 wordt iedere vrijdag van juli de Beleuvenissen georganiseerd. Dit is een serie concerten die telkens rond een bepaald thema draait.
 

 
     
 

 
 

Oude Markt - Beeld van De Kotmadam

 
 

Een eerbetoon aan de hospita's van weleer. Zou ze nog bestaan, de kotmadam die een kaarsje brandt als haar student examens aflegt?

Het beeld van de Limburgse beeldhouwer Fred Bellefroid is een idee van de mensen van Marktrock. De inhuldiging in 1985 werd bijgewoond door Maria Swerts, op dat moment de oudste kotmadam van de stad.

Ondanks het plezierige opzet werd het beeld aanvankelijk op gemengde gevoelens onthaald. De meest gehoorde kritiek was dat de jeugdige en aantrekkelijke dame niet beantwoordde aan het prototype van de hospita: oud en volslank. Het voordeel van zo'n jong ding is dat duizenden mensen op haar schoot willen zitten. Vandaag is het beeld een absolute attractiepool.

 
 

 

 

 
 

 
 

Oude Markt

 
     
     
   
 

 

Beriotstraat - Standbeeld Pieter de Somer

 

Rector 1966 - 1985

 
     
     
 

 
 

Mechelsestraat

 
     
     
 

Top
 

Smoldersplein - Rommelmarkt

 
     
     
 

 
 

Smoldersplein - Rommelmarkt

 
     
     
 

 
 

Smoldersplein - Rommelmarkt

 
     
     
 

 
 

 

Dirk Boutslaan - Erasmus

 

Desiderius Erasmus  (Rotterdam (waarschijnlijk), 27 oktober 1466/1467/1469 (?) - overleden Bazel, 12 juli 1536) was een Nederlands Augustijner monnik, humanist, schrijver en filosoof.

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Desiderius_Erasmus

 
 

 

 
 

 

 
 

 
 

Dirk Boutslaan - Huis in de Ploeg

 
     
     
 

 
 

Dirk Boutslaan - Huis de Kruiwagen

 
     
     
 

 
 

Vismarkt

 
     
     
 

 
 

Kasteel van Arenberg

 
   

 

Het kasteel van Arenberg is een kasteel in Heverlee, deelgemeente van Leuven. Het gebouw dat er nu staat werd opgetrokken in de 16de eeuw, maar onderging wijzigingen in alle daaropvolgende eeuwen (tot en met de 21ste eeuw). De architectuur is grotendeels Vlaams-traditioneel met een combinatie van baksteen en zandstenen raamkozijnen. Daarnaast heeft het gebouw ook elementen uit de late gotiek, renaissance en neo-gotiek (19de eeuw). Karakteristiek zijn de twee grote hoektorens met perenspitsen, waarop telkens een Duitse Adelaar prijkt. Tegenwoordig is het kasteel eigendom van de Universiteit van Leuven, die het gebruikt als centraal gebouw voor de ingenieursfaculteit. Het kasteel vormt ook het centrum van de campus exacte wetenschappen.

Geschiedenis


Op de plaats van het kasteel van Arenberg stond sinds de 12de eeuw de burcht van de Heer van Heverlee. In de loop van de volgende eeuwen verarmde deze familie, zodat in 1445 de toenmalige heer verplicht was de heerlijkheid te verkopen. Op die manier kwam het domein in handen van de Picardische familie van Croÿ. Onder Willem van Croÿ werd de middeleeuwse burcht geleidelijk vervangen door het huidige kasteel. Deze Willem van Croÿ stichtte ook het Celestijnenklooster op het domein van het kasteel (de huidige bibliotheek van de campus). Nadat de laatste hertog Karel III van Croÿ in 1612 kinderloos overleed, kwam het kasteel, via het huwelijk van zijn zus, in handen van de hertogen van Arenberg. Deze Duitse familie bewoonde het kasteel tot aan de Eerste Wereldoorlog. Veel van de hertogen waren geboeid door de wetenschap en onderhielden nauwe contacten met de universiteit. Nog voor de oorlog uitbrak wilde de toenmalige hertog het kasteel al afstaan aan de universiteit en het omliggende park voor een gunstige prijs aan haar verkopen. Door de oorlog en het feit dat de hertog Duits onderdaan was, legde de Belgische Staat echter beslag op het domein, en zo duurde het nog tot 1921 eer de universiteit het kasteel en park kon verwerven. Het park groeide uit tot een campus voor positieve- en ingenieurswetenschappen, in de stijl van een Amerikaanse universiteitscampus.
 

 
     
 

 
   

Dez Gieterijconvertor staat in het park voor Kasteel Arenberg

 

Lucht wordt op vloeibaar ruwijzer geblazen teneinde overtollige koolstof en andere onzuiverheden te verbranden waardoor gietstaal wordt bekomen.

Capaciteit   2 ton

 
     
 Menu Top